Medische fouten: ontsteltenis over theater der topmanagers in de gezondheidszorg in Zwolle

Afgelopen dinsdag 1 juni 2018 vond de bijeenkomst plaats waarbij het boekje “Als het misgaat: over openheid na een incident” geschreven door Harry Molendijk en Annelies van Bon*, Isala ziekenhuis, te Zwolle gepresenteerd werd aan diverse topmanagers van de Nederlandse gezondheidszorg.
Wij spreken over Mw dr Marian Kaljouw, voorzitter van de Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland, dr Jan Vesseur, voormalig huisarts en al enkele jaren hoofdinspecteur Patientveiligheid Inspectie Gezondheidszorg, dr Arie Nieuwenhuijzen Kruseman, internist en voorzitter van de artsenorganisatie KNMG. Mw Atie Schipaanboord, directeur van de NPCF Ned. Patienten en Consumenten Federatie was verhinderd en liet zich door medewerkster Sophie Ouboter vervangen.
Er werd zeer geanimeerd beaamd dat het zo belangrijk was om open en eerlijk te zijn over medische fouten naar de slachtoffers toe en om de fout zo snel mogelijk medisch te herstellen. Een echtpaar bij wiens couveuse-babytje een vingertopje werd afgeknipt was vol lof over de opvang en de medische behandeling. Natuurlijk is dit heel positief allemaal.
SIN-NL kreeg de gelegenheid om het woord tot de aanwezigen te richten en hen te wijzen op het feit dat de handleiding een prima initiatief is, maar dat artsen en de Inspectie Gezondheidszorg nog steeds de huidige slachtoffers van medische fouten en hun nabestaanden volledig aan hun lot overlaten en hen al jaren geen eerlijke informatie en geen herstelbehandeling geven. Niemand sprak dit tegen. Natuurlijk niet want de aanwezige organisaties hebben dit allen reeds herhaaldelijk erkend, hoewel de KNMG dit tot nu toe alleen via jurist Legemaate had gedaan in 2006. Ook kreeg SIN-NL de gelegenheid het zwartboek aan te bieden aan de voorzitter van de KNMG internist Arie Nieuwenhuijzen Kruseman, een keurige man.
Maar op onze duidelijke vraag: help de slachtoffers en nabestaanden, wij hebben dringend hulp nodig, heeft ook hij nog niet gereageerd.
Mw Kaljouw en Heer Molendijk zeiden na afloop tegen ons: ja we doen zo ons best, dit boekje is nu prioriteit én …….het kan nog jaren duren voordat jullie hulp krijgen. De Inspectie zweeg volledig evenals de NPCF.
Maar…..hoe is het mogelijk dat deze hulpverleners,  topmanagers en nette mensen zo welbewust en zonder enige vorm van gewetenswroeging al jaren lang patienten, helemaal aan hun lot overlaten, hen geen goede medische hulp verlenen ondanks ernstige nb door de medische sector, door collegae veroorzaakte ziekte, invaliditeit en overlijden?
Zijn dit hulpverleners, zijn dit artsen, zijn dit verpleegkundigen, zijn dit controleurs en bewakers van de kwaliteit van gezondheidszorg, zijn dit belangenbehartigers van patienten?
Hoe vriendelijk en hoe netjes deze “nette mensen” ons ook te woord staan en ons kort aan het woord laten, wij vragen ons af:
Verdienen deze personen de titel arts en verpleegkundige, nu zij een hele grote groep patienten nogmaals- volledig aan hun lot- overlaten en zich in feite schuldig maken aan het achterlaten van hulpbehoevenden in nood, in strijd met hun morele, professionele en wettelijke plicht?
In feite was en is er sprake van jarenlange wantoestanden die gewoon gecontinueerd worden en in stand gehouden worden door het regelmatig opvoeren van een theaterstukje, ten koste van het leed van duizenden onschuldige patienten. Het moet hun familie-lid maar zijn dat sterft of invalide wordt door een medische fout en volledig aan zijn lot wordt overgelaten……

Advertisements

OM verdenkt ex-ziekenhuisbestuurder Rob Zomer van fraude

Oud-topman Zomer verdacht van gesjoemel wachtgeld

VLISSINGEN – Het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis uit Vlissingen verdenkt oud-topman Rob Zomer van gesjoemel met zijn wachtgeldregeling. Dat meldt het weekblad Medisch Contact. Zomer was ruim vier jaar bestuursvoorzitter van wat toen nog het Streekziekenhuis Walcheren heette.

In februari 2009 werd hij plotseling op straat gezet door de toenmalige Raad van Toezicht van het ziekenhuis. Zijn salaris werd zes maanden doorbetaald, dit kostte het ziekenhuis 187.000 euro.
Daarnaast kon Zomer, zolang hij geen andere baan had, een aantal jaren aanspraak maken op wachtgeld. De kosten zouden daardoor voor het ziekenhuis kunnen oplopen tot ruim een half miljoen.
Jaarsalaris

Begin 2010 kon Zomer, naar eigen zeggen tegen een jaarsalaris van ‘slechts’ 40.000 euro, gaan werken bij een Brits bedrijf. Maar de ex-bestuurder zei destijds te verwachten dat zijn inkomen zou stijgen. Het ziekenhuis bleef zijn salaris daarom aanvullen.
Eind 2010 werd Zomer bij een Nederlandse onderneming gedetacheerd, die hem vervolgens plaatste als interim-topman bij zorgorganisatie Magentazorg. Toen Zomer vervolgens liet weten dat er ‘geen wijzigingen’ in zijn arbeidsovereenkomst waren, werd het ziekenhuis wantrouwend.
Omdat Zomer onvoldoende opheldering verschafte aan het ADRZ, draaide het ziekenhuis in oktober 2010 de geldkraan dicht.
Conflict

Zomer dwong vervolgens echter bij het Scheidsgerecht Gezondheidszorg af, dat het ziekenhuis de betalingen weer hervatte. Hoewel het scheidsgerecht, dat bemiddelt bij conflicten tussen zorginstellingen en werknemers, begrip had voor het wantrouwen van het ziekenhuis, oordeelde het dat er geen concrete bewijzen zijn dat Zomer meer inkomen heeft dan hij opgeeft.
Volgens bestuursvoorzitter Huybert van Eck beraadt het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis, dat kampt met een zwakke financiële positie, zich op vervolgstappen. ‘Maar dat is iets dat zich in de boezem van de organisatie afspeelt. Dit is een dispuut tussen de heer Zomer en het ziekenhuis. Het is niet de geëigende weg om daar in de media uitspraken over te doen.’
Rechtszaak

Ook toezichthoudster Montfrans-Hartman wil niet inhoudelijk op de zaak ingaan, maar bevestigt dat het ziekenhuis een gang naar de rechter overweegt. ‘Dat is een optie.’ Ook Zomers advocaat, Jan Verwiel, bevestigt dat er nog vervolgstappen mogelijk zijn. ‘Het ziekenhuis zou bijvoorbeeld nog een bodemprocedure kunnen beginnen.’
Zomer onthoudt zich van commentaar. ‘Er is niets aan de hand. Ik heb hier geen enkele betrokkenheid bij.’

NZa-topman leidt Europese strijd tegen zorgfraude

René Jansen, lid van de raad van bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), is gekozen tot voorzitter van het Europese netwerk voor de aanpak van fraude en corruptie in de zorg, het European Healthcare Fraud and Corruption Network (EHFCN). In het netwerk worden ervaringen, inzichten en informatie gedeeld over het tegengaan van fraude, corruptie en verspilling in de zorg.

Het netwerk bestaat ruim tien jaar en bestaat uit vertegenwoordigers van verzekeraars, toezichthouders, opsporingsdiensten en ministeries uit veertien Europese landen. Schattingen naar met fraude, corruptie en verspilling gemoeide bedragen lopen uiteen van 2 tot 15 procent van de zorgkosten.

René Jansen werd gekozen tot voorzitter van het EHFCN tijdens een extra algemene ledenvergadering, afgelopen vrijdag in Londen. Eerder dit jaar koos de EHFCN-ledenvergadering Jansen al als vicevoorzitter. Die functie gaat nu naar Tom Verdonck van het Belgische Rijksinstituut voor Zorgverzekeringen.

Financieel integere zorgsector

Jansen: “We willen de actieve bijdragen van de leden vergroten zodat we nog meer van elkaar leren over een effectieve aanpak van fraude. Burgers in Europa verdienen een financieel integere zorgsector.” De komende jaren gaat het volgens de NZa om het versterken van het fundament onder het netwerk en de stapsgewijze uitbreiding van het aantal leden.

Doorhaling apotheker Mulder ivm declaratiefraude. Samenloop diverse rechtsprocedures

Declaratiefraude: samenloop van diverse rechtsprocedures

In een rechtszaak kunnen verschillende rechtsprocedures samenkomen. Een voorbeeld is de casus waarin een apotheker trachtte een strafrechtelijke veroordeling te voorkomen, met als resultaat dat hij volgens het tuchtrecht schuldig bevonden werd en zijn BIG-inschrijving verloor.

Op 6 juli 2017 heeft het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) uitspraak gedaan in een zaak waarin een zorgverzekeraar stelde dat een apotheker zich schuldig had gemaakt aan declaratiefraude (ECLI:NL:TGZCTG:2017:201). De apotheker ontkende dit en was van mening dat een oordeel over fraude is voorbehouden aan de strafrechter. Het regionaal tuchtcollege nam dit laatste standpunt niet over en legde doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register op.

De apotheker ging daartegen in beroep. Het CTG verwierp dit beroep en handhaafde de maatregel van doorhaling, die daarmee definitief werd. Dit betekent dat de aangeklaagde het recht verliest de titel van apotheker te voeren en ook niet langer aan apothekers voorbehouden handelingen zelfstandig mag uitoefenen.
De uitspraak is onder meer interessant vanwege de samenloop van diverse juridische procedures. Het regionaal tuchtcollege had in eerste instantie al verwezen naar deze samenloop: het civiele recht, het strafrecht, het bestuursrecht en het tuchtrecht. Daaraan kan overigens – los van deze zaak – het arbeidsrecht toegevoegd worden. De zorgverlener kan immers een dienstverband hebben. In de onderhavige zaak speelde dit echter niet.

Civielrechtelijke context
Uit de uitspraak van het CTG blijkt dat er allereerst sprake was van een civielrechtelijk geschil tussen de zorgverzekeraar en de apotheker. Naar aanleiding hiervan had de rechtbank de apotheker veroordeeld tot het vergoeden van door de zorgverzekeraar geleden schade. De zorgverzekeraar had deze uitspraak aan de tuchtklacht ten grondslag gelegd. Voor zowel het regionaal tuchtcollege als het CTG dient een uitspraak van de civiele rechter bij de tuchtrechtelijke beoordeling te worden betrokken. De uitspraak vormt vervolgens een ‘verhoogde motivatieplicht’ voor de aangeklaagde om een en ander te betwisten. 

Verder blijkt uit de uitspraak van 6 juli 2017 dat sprake was van een ‘vaststellingsovereenkomst’ tussen de zorgverzekeraar en de apotheker. Dit zijn afspraken waarmee partijen zelf een geschil beëindigen en waarvan het de bedoeling is dat die afspraken slechts ter kennis blijven van de betrokkenen. Met de vaststellingsovereenkomst zijn blijkbaar niet alle procedures tussen partijen over het geschil beëindigd. In de uitspraak van het CTG staat over de overeenkomst: ‘De apotheker heeft met het sluiten van deze overeenkomst niet erkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan moedwillige declaratiefraude, maar wel dat hij sommen geld aan klaagster is verschuldigd wegens het indienen van declaraties waarvan achteraf is gebleken dat deze onterecht zijn.’ De overeenkomst, bedoeld om een einde te maken aan het civiele geschil, wordt de apotheker dus feitelijk tegengeworpen.

Strafrechtelijke context
Ook het Openbaar Ministerie volgde deze zaak: bij de zitting in eerste aanleg was, zo valt uit de uitspraak op te maken, een medewerker van het Openbaar Ministerie aanwezig. Voor de aangeklaagde apotheker was dat aanleiding zich op zijn zwijgrecht te beroepen. Over het verloop van de strafrechtelijke procedure blijkt uit de uitspraak overigens verder niet. Dit neemt niet weg dat een (mogelijke) strafrechtelijke procedure een belangrijke rol speelt. Het CTG overweegt namelijk: ‘Hoewel de apotheker als eigenaar van de apotheken over de relevante informatie en/of stukken moet kunnen beschikken, heeft hij op alle punten nagelaten de feiten en omstandigheden die klaagster aan haar klacht ten grondslag heeft gelegd te ontzenuwen. Dat de apotheker dit heeft gedaan om te voorkomen dat de door hem gegeven informatie in een strafrechtelijke procedure tegen hem zal worden gebruikt, staat hem vrij, maar dat neemt niet weg dat het gevolg daarvan is dat in de onderhavige procedure als vaststaand, moet worden aangenomen dat de declaratiefraude heeft plaatsgevonden op de wijze als klaagster heeft betoogd.

Vrije bewijsleer
Dat de apotheker weigerde in te gaan op vragen van het CTG en volstond met het afleggen van een beperkte verklaring, werkte dus bepaald niet in zijn voordeel. Volgens het tuchtcollege had hij zich daarmee de kans ontnomen zich te verdedigen en staat aldus de declaratiefraude vast. Een vergaand oordeel, gezien ook de ingrijpende gevolgen voor betrokkene. Belangrijke kanttekening hierbij is wel dat dit oordeel enkel geldt voor de tuchtprocedure. Dit heeft te maken met de vrije bewijsleer die in het tuchtrecht geldt. In andere procedures gelden andere bewijsregels (en andere doelen). Wat dus in de tuchtprocedure als vaststaand wordt aangenomen, hoeft in de strafrechtelijke procedure nog niet zo te zijn. Iemand kan strafrechtelijk immers pas worden veroordeeld, als er wettig en overtuigend bewijs is. Dit is een striktere maatstaf.
De rechtsbijstandverlener en de justitiabele moeten zich goed bewust zijn van de samenloop. Waar zwijgen in het strafrecht gunstig kan zijn, kan dat in een andere procedure namelijk geheel anders zijn. De zaak van de apotheker laat dit duidelijk zien. Ook het verweer in een civiele procedure en de beslissing al dan niet een vaststellingsovereenkomst te sluiten zijn belangrijke keuzes, die invloed kunnen hebben op de afloop van een tuchtprocedure.

Onderzoek FIOD zorgfraude bij Amphiaziekenhuis na klacht patient over facturen

15 december 2017 door: Skipr Redactie
FIOD-onderzoek Amphia na klacht patiënt

Het FIOD-onderzoek op 12 december bij het Amphia Ziekenhuis in Breda is het gevolg van een klacht van een patiënt over een rekening voor een aantal behandelingen.

Een woordvoerster van het ziekenhuis heeft dat op 15 december 2017 gezegd.

Het ziekenhuis heeft eerder onafhankelijk onderzoek laten doen naar aanleiding van de klacht. Het resultaat is in het voorjaar al naar de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gestuurd. Het Amphia Ziekenhuis was nog in afwachting van een reactie van de NZa en werd daarom overdonderd door het onderzoek van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD), aldus de woordvoerster.
Afdeling

Naar aanleiding van de uitkomsten van het onafhankelijke onderzoek zijn de instructies aan het personeel over de zorgregistratie en declaratie verbeterd. Dat betekent volgens de woordvoerster echter niet dat het ziekenhuis schuld erkent. Het FIOD-onderzoek richt zich op één afdeling. Om welke afdeling het gaat, zegt het ziekenhuis niet. Enkele ziekenhuismedewerkers zijn vrijdag als getuige gehoord. De FIOD is ook bij personeel thuis geweest. (ANP)
– See more at: http://www.skipr.nl/actueel/id20780-fiod-onderzoek-amphia-na-klacht-patient.html#sthash.6kGw4sNk.dpuf

Tandzorg Groep compenseert 1.500 patiënten na gesjoemel met facturen – fraude

De Tandzorg Groep, die onlangs een recordboete kreeg voor gesjoemel met facturen, gaat ongeveer 1.500 gedupeerde patiënten compenseren. Het gaat om bedragen van tussen de 10 en 200 euro, laat directeur Willem-Jan Hens weten.

“Wij zijn reeds gestart deze groep patiënten individueel te benaderen. Omwille van zorgvuldigheid zal dit enkele weken in beslag nemen”, aldus Hens.

Bijna een maand geleden werd de tandartsengroep voor 400.000 euro beboet door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de hoogste boete ooit in de mondzorg.

De Tandzorg Groep, een samenwerkingsverband van acht tandartsenpraktijken in Zuid- en Noord-Holland, liet patiënten te veel betalen voor onder meer kronen, bruggen, kunstgebitten en implantaten.

Zij betaalden te veel voor hun behandeling, omdat de Tandzorg Groep kortingen op ingekochte materialen niet aan hen doorrekende. Dat is in strijd met de regels.

Eis voor fraude: 30 maanden gevangenisstraf voor bestuurders Pickartz Limburgse apothekersorganisatie

Eis: 30 maanden gevangenisstraf voor bestuurders Limburgse apothekersorganisatie

Het OM doet onderzoek naar strafbare feiten en beslist of een verdachte voor de rechter moet komen. Bij het OM werken officieren van justitie, advocaten generaal, procureurs-generaal en ondersteunende medewerkers.
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vandaag in de rechtbank in Rotterdam gevangenisstraffen tot 30 maanden –waarvan zes maanden voorwaardelijk– geëist tegen twee bestuurders van een apothekersorganisatie  uit Limburg. Het OM verwijt hen het jarenlang en stelselmatig opzettelijk onjuist declareren van medicijnen bij zorgverzekeraars.

De verweten fraude kwam aan het licht doordat een oplettende patiënt een melding deed bij zorgverzekeraar VGZ. De zorgverzekeraar deed aangifte en Inspectie SZW startte een strafrechtelijk onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat Verenigde Apotheken Limburg B.V (VAL) voor de onderzochte periode van ruim drie jaar, circa 3.600.000 maal opzettelijk andere medicijnen declareerden bij  zorgverzekeraars dan dat zij aan de patiënten meegaven. Verzekeraars geven aan apothekers aan welke medicijnen zij in zijn vergoeden (preferente medicijnen) en welke medicijnen niet vergoed worden (niet-preferente medicijnen). Uit onderzoek blijkt dat de apothekersorganisatie preferente medicijnen in rekening bracht bij de zorgverzekeraar, terwijl de cliënten van de apotheek niet-preferente medicijnen ontvingen. Het computersysteem op het hoofdkantoor veranderde automatisch de uitgegeven medicijnen in de preferente medicijnen. De verdachten zouden dit volgens het OM hebben gedaan om er zelf beter van te worden. Het leidde tot bedrijfsmatige besparingen zoals minder voorraden, logistiek, opslag, personeel en er kon door veel bestellingen van een zelfde merk een volume voordeel gehaald worden. Concurrenten die zich wel aan de regels hielden haalden dat voordeel niet.

Fraude ondermijnt stelsel

De bestuurders hebben volgens het OM met hun handelen het Nederlandse zorgstelsel ondermijnd: “Het preferentiebeleid is landelijk geldend beleid dat tot gevolg heeft gehad dat de zorgkosten fors zijn gedaald. Daarvan profiteert de hele samenleving. Het zorgstelsel moet betaalbaar blijven. Dat is in het belang van een ieder, dus ook in het belang van patiënten.”
Beide bestuurders hebben het vertrouwen dat in hen gesteld was geschonden, zeiden de officieren van justitie op zitting: “Apothekers hebben een prominente rol in de geneesmiddelenvoorziening. Het zijn medische beroepsbeoefenaren die een bijzondere wettelijke status genieten als medisch geheimhouder en verschoningsgerechtigde. Van hen wordt verwacht dat zij hun beroep in de volle breedte volstrekt integer uitoefenen. Zorgverzekeraars, patiënten en de maatschappij moeten erop kunnen vertrouwen dat apothekers hun werk op alle fronten volstrekt eerlijk en oprecht uitoefenen, en daarbij ook juiste declaraties indienen.” En dat deden deze apothekers niet, aldus de officieren.
“Het gemak waarmee de valse declaraties werden ingediend laat zien dat verdachten geen enkel norm en plichtsbesef hebben.” Mede daarom vindt het OM een gevangenisstraf van 30 maanden – waarvan zes maanden voorwaardelijk– passend voor beide bestuurders.
Het OM eiste tegen de apothekersorganisatie VAL een boete van 800.000 euro. “Dat lijkt fors, maar als je het afzet tegen 3.600.000 valse recepten komt het uit op een geldboete van 4,5 cent (!) per omgezet recept” rekenden de officieren op zitting voor.

NZa: Boete voor Tandzorg Groep wegens fraude

Boete voor Tandzorg Groep

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) legt een boete van € 400.000 op aan de Tandzorg Groep. Een deel van de patiënten van deze groep tandartspraktijken betaalde in 2015 tot medio 2016 te veel voor materiaal- en techniekkosten zonder dat zij dit wisten.

Een deel van de patiënten betaalde te veel voor hun behandeling, omdat de Tandzorg Groep onjuiste declaraties verstuurde. Wij vinden het zeer ernstig dat patiënten op deze manier benadeeld werden.

Korting

De Tandzorg Groep ontving in 2014 kortingen van het tandtechnisch laboratorium op de materiaal- en techniekkosten. Deze kortingen werden volgens de regels direct doorgegeven aan de patiënt.

In 2015 tot medio 2016 kreeg de tandartsenpraktijk geen directe korting op de normale materiaal- en techniekkosten meer. Wel ging het tandtechnisch laboratorium huur betalen voor een niet bestaande ruimte van de Tandzorg Groep. Via deze huurconstructie ontving de Tandzorg Groep alsnog, maar nu via een omweg, een korting op de ingekochte materialen en technieken. Iedere korting – direct of indirect – moet worden doorberekend aan de patiënt. Dus ook deze. Dit gebeurde echter niet. Daarmee is deze constructie in strijd met de regels.

Materiaal- en techniekkosten

Patiënten betalen materiaal- en techniekkosten voor bijvoorbeeld kronen, bruggen en kunstgebitten. Als de tandarts deze technieken zelf vervaardigt, gelden hiervoor maximumtarieven. Koopt de tandarts de materialen en technieken in, dan moet hij de netto kosten hiervoor één-op-één doorberekenen aan de patiënt. Hij mag hierop dus geen winst maken. Als de tandarts bij de inkoop van materialen en technieken voordelen geniet – in de vorm van bijvoorbeeld kortingen en/of bonussen – dan moet hij deze doorberekenen aan de patiënt. Dit geldt zowel voor directe als indirecte voordelen.

Aanpak NZa

De meeste tandartsen brengen hun materiaal- en techniekkosten keurig in rekening. Maar uit signalen en onderzoeken blijkt dat sommige tandartsen hun patiënten hiervoor te veel laten betalen. Het verrekenen van een korting via een huurovereenkomst is hier een voorbeeld van. We zien in andere gevallen dat ook gebruik wordt gemaakt van zowel nationale als internationale constructies met bijvoorbeeld ‘papieren’ tussen-BV’s of inkoopcombinaties. Op deze manier steken deze tandartsen (bulk)kortingen/bonussen in eigen zak of verhogen zij kunstmatig de prijs zonder dat daar reële kosten tegenover staan. De patiënt betaalt dan te veel. Ook de reputatie van de beroepsgroep raakt onnodig beschadigd.

In juni 2016 publiceerden wij een toelichting op de bestaande regelgeving. Deze helpt tandartsen bij het juist in rekening brengen van materiaal- en techniekkosten. Tegelijkertijd stelden wij een speciale factsheet op, waarin we antwoord geven op veel gestelde vragen over materiaal en techniek. Ook verplicht de NZa tandartsen per 2018 om hun prijslijst voor materiaal- en techniekkosten openbaar te maken, zodat patiënten de prijzen van bijvoorbeeld kronen, bruggen en protheses beter kunnen vergelijken. Signalen over mogelijke misstanden worden grondig onderzocht. Bij gebleken overtredingen grijpt de NZa in. Daarbij kijken we ook naar de rol van de leveranciers van tandtechniek.

Uw eigen rekening

Twijfelt u of uw tandartsrekening wel klopt? Op www.nza.nl staan factsheets voor tandartsen, mondhygiënisten en orthodontisten waarmee patiënten gemakkelijker hun nota’s kunnen controleren. Klopt er iets niet? Neem dan contact op met uw tandarts of anders uw zorgverzekeraar. Komt u er met hen niet uit? Meld ons dit dan of bel ons tussen 9.00 en 17.00 uur op 088 – 770 8 770.

Frauderende zorgmanager Stef Mentzel opnieuw aan de slag in de zorg

De 49-jarige zorgmanager Stef Mentzel, hoorde in augustus 2017 in de rechtbank van Arnhem een voorwaardelijke celstraf van 6 maanden tegen zich eisen. De man was manager bij diverse zorginstellingen en pleegde jarenlang fraude en valsheid in geschrifte. Mentzel zou in totaal ruim 4 ton in zijn eigen zakken hebben gestoken, terwijl dat geld bedoeld was voor zorginstanties.

Meerdere jaren kon hij zichzelf verrijken met zorggeld dat was bestemd voor zijn cliënten. Hij liet werkzaamheden uitvoeren door bevriende onderaannemers, die hun uren indienden bij hem. Hij verhoogde vervolgens stelselmatig het aantal uren, waardoor hij het extra geld als loon aan zichzelf uitkeerde. Hierdoor was Stef Mentzel in 2015 en 2016, één van de best betaalde zorgmanagers van het land, ondanks de relatief kleine organisaties die hij managede.

In de rechtbank werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden geëist tegen de man. “Deze persoon heeft schaamteloos misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de zorgaanbieder in hem als manager had”, zo stelt de officier van justitie.

Na bovenstaande veroordeling blijkt nu echter dat Stef Mentzel opnieuw aan de slag is gegaan bij een zorginstantie.
Sinds kort is hij manager bij het Viecuri ziekenhuis in Venlo en Venray.
Of hij zijn leven na de veroordeling gebeterd heeft, zal nog moeten blijken.